Wandelen in Portugal

 
 
 

Home
Regio's
Wandelgidsen
Natuurparken
Steden
Wandelroutes
Foto's
Kaarten
Over deze site
Disclaimer
Links
Sitemap
Zoeken
Contact



 


Serra da Arada:
verlaten dorpen en wolfraammijnen
 

Uit:
Noord-Portugal - 25 wandelingen door Porto, Minho, Alto Douro,
Trás-os-Montes en Beira


 
 
 
 

 

> Achtergrondverhaal

> Routebeschrijving  

 

 

Voor printvriendelijke pagina klik hier


 
 
 
 

 


De jacht op het zwarte goud

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woelden Engelsen en Duitsers in Portugal de grond om, op zoek naar wolfraam. Een metaal noodzakelijk voor de fabricage van pantser en kanonlopen. Diep verscholen in de dalen van de Serra da Arada, een gebergte tussen Porto en Viseu, liggen de ruïnes van een Engelse en een Duitse mijn vlak naast elkaar. De wandeling naar de Engelse mijn gaat door dorpjes die opmerkelijk gaaf zijn gebleven.

Klokken beieren. De pastoor in witte albe zwaait het wierookvat. Santa Barbara, de beschermheilige van de mijnwerkers, wordt hoog boven de kerkgangers naar buiten gedragen. De draagstokken drukken zwaar op de schouders van een gezette man. Zijn gezicht kleurt rood, het zweet parelt op zijn voorhoofd. De fanfare blaast de wangen bol, langzaam zet de stoet zich in beweging. Boerse mannen op leeftijd schuifelen stijfjes voort, met op hun hoofd een zondagse gleufhoed. Bejaarde vrouwen in het zwart, knielen en slaan een kruisje. Tussen de oudjes lopen de emigranten in alle kleuren van de regenboog. Ze zijn op vakantie in hun geboortedorp. De rest van het jaar verdienen ze hun brood in Frankrijk.

Bij een 'alminha', een steen met een nis en vaak een kruis, houdt de processie halt. Gebeden wordt er voor de arme zielen in het vagevuur. De blazers van de fanfare kunnen even op adem komen, de drager met het rood aangelopen hoofd laat zich vervangen. Verder gaat het weer, omhoog richting Tebilhão.

 

 

 

 

 

 

 

Tebilhão


Het is de eerste zondag in augustus, de dag dat de beschermheilige van de mijnwerkers van het dorpje Cabreiros naar de kapel in het hoger gelegen Tebilhão wordt gedragen. De dragers kunnen op het smalle pad maar moeilijk gelijke tred houden, Santa Barbara schudt gevaarlijk heen en weer. De stoet loopt omhoog van terras naar terras, langs het geel van de rogge en het groen van de maïs.

 

Dan gaat het verder door de smalle straatjes van het dorp. Uit de ramen hangen kleden, de kleuren contrasteren met het bruin en grijs van de muren. Na een korte dienst bij de kapel gieren vuurpijlen, aangestoken met een sigarettenpeuk, de lucht in. Ze spatten uiteen boven een ander beeld van Santa Barbara, dat hoog op de top van een berg staat. Ooit waakte ze daar over het welzijn van de kompels van de wolfraammijn in Minas das Chãs. Al heel lang wordt er geen erts meer gedolven. In de Tweede Wereldoorlog was dat heel anders. Toen was het zwarte erts zijn gewicht in goud waard.

Portugal was het enige land in Europa waar op grote schaal wolfraam kon worden gedolven. Vooral voor de Duitsers was het Portugese wolfraam van levensbelang. Belangrijke vindplaatsen van dit strategische metaal elders in de wereld waren voor hen onbereikbaar. Om de neutraliteit van het met Duitsland sympathiserende Portugal niet in gevaar te brengen, verleende het dictatoriale bewind van Salazar zowel aan de Duitsers als aan de Engelsen concessies voor mijnbouwactiviteiten. Officieel kregen beide partijen een gelijk aandeel in de productie en export van wolfraam, maar een aanzienlijk deel van het erts verliet het land via smokkel. De wolfraamleveranties aan Duitsland waren een doorn in het oog van Engeland en de Verenigde Staten. In 1944 begonnen zij dan ook druk uit te oefenen op Salazar hier een einde aan te maken. Winston Churchill zou uiteindelijk in een persoonlijke brief aan de dictator zijn wensen kenbaar maken. Salazar, pragmaticus als hij was, begreep dat de tijd rijp was voor een wijziging van de politiek ten aanzien van Hitlers Derde Rijk. Nazi-Duitsland was immers op meerdere fronten aan de verliezende hand. Op 1 juni 1944, enkele dagen voor de massale invasie van de geallieerden op de stranden van Normandië, verbood Salazar alle export van wolfraam.

Zo kon het gebeuren dat in de Serra da Arada een Duitse en een Engelse mijn op steenworpafstand van elkaar lagen. Verborgen in het kloofdal van Rio de Frades liggen de ruïnes van de Duitse wolfraammijn. Voor de bewoners van de Serra da Arada moet het een wonder van techniek zijn geweest. Terwijl de bergdorpen gehuld waren in duisternis, brandde op het mijncomplex elektrisch licht. In de bioscoop van de mijn zagen ze hoe de Bolsjewieken werden verpletterd door ‘superieure’ Arische soldaten. De ontsluiting van het wolfraamgebied was een aangelegenheid van de mijnbouwonderneming zelf. Terwijl de Engelsen het erts met ossenkarren over rotspaden naar het stadje Arouca vervoerden, begonnen de Duitsers direct met de aanleg van een brede afvoerweg. Toen zij hiermee klaar waren, trokken de Engelsen de weg eenvoudig door naar hun concessie. De Duitsers waren woedend, maar konden niets doen. In het neutrale Portugal waren ook gezworen vijanden verplicht tot vreedzaam samenleven.

Oude mijningangen


Het pad door het kloofdal naar de Duitse mijn gaat met duizelingwekkende vaart omlaag. Voor ons loopt een bejaarde boer met een hak over de schouder. Verrassend snel loopt hij omlaag. Hem bijhouden lukt niet. In de ruige wanden van het kloofdal zitten donkere gaten boven uitgebraakt puin. Dat zijn geen mijningangen van de Duitse mijnenonderneming maar holen die door ‘schatgravers’ in de rotsen werden gehakt. Massaal trokken ze met schop en houweel de bergen in op zoek naar fortuin. Op plaatsen waar ze het zwarte goud in ondiepe aders vermoeden, hakten de gelukzoekers gaten in het leisteen. Wanneer ze raak sloegen, moest de mijn dag en nacht bewaakt worden, want rivalen lagen permanent op de loer.

Aan de voet van zo’n wand met donkere holen komt de woest stromende beek even tot rust. Daar nemen we een verfrissende duik. Dan gaat het veder langs nog bewoonde mijnwerkersbarakken, naar het uit leisteen opgetrokken dorpje Rio de Frades.

Rio de Frades - nog bewoonde mijnwerkersbarakken


De kroeg ligt aan een de met wijnranken overgroeide dorpsstraat. Binnen laat een stamgast ons een stuk zwart wolfraam zien. Enthousiast vertelt hij over de lotgevallen van de winnaars tijdens de jacht op dat zwarte goud. In één klap rijk geworden gelukzoekers toonden hun succes door rookwaar met bankbiljetten aan te steken en onderdanig dienstbetoon met gigantische fooien te belonen. Weer anderen vertellen over dure taxiritten naar Porto en Lissabon, voor een wilde avond in een bordeel en een braspartij in een luxueus restaurant. Toch ontstond in het dictatoriale en streng katholieke Portugal nooit het soort wetteloze losbandigheid zoals tijdens de Amerikaanse ‘goldrush’. Rijk worden was trouwens lang niet voor iedereen weggelegd. Tussen droom en werkelijkheid stonden wetten in de weg. Zo waren de gelukkige vinders verplicht het zwarte goud te verkopen aan de concessiehouders. Dit waren naast de Engelsen en de Duitsers ook welgestelde Portugezen die al voor de oorlog concessies hadden verkregen. Wilde je fortuin maken dan moest het erts via sluipwegen naar een zwarthandelaar worden gebracht. Deze maakte dankbaar gebruik van de haast die de clandestiene mijnwerkers hadden. Met valse gewichten werd de prijs nog eens extra gedrukt. Maar ook de mijnwerkers zelf hadden zo hun streken. Zij mengden het wolfraamerts met gebrand pyriet. Vooral de Duitsers waren actief op de zwarte markt. Vaak kochten zij wolfraamerts dat ontvreemd was uit hun eigen concessiegebied. Vanwege de hoge prijzen die zij betaalden, genoten de Duitsers grote populariteit.

Op weg naar de Engelse mijn komen we door Gourim en Drave. Zo moeten de dorpjes ten tijde van de jacht op het zwarte goud er allemaal hebben uitgezien. De huizen kleuren er nog zonder uitzondering naar het bruin en grijs van de schist en leisteen. Heel anders dan de meeste dorpjes in Noord-Portugal. Daar vloeken de felle kleuren van de emigrantenhuizen met die van de oudere bouwsels. Gourim is  uitgestorven, het lag te geïsoleerd. De emigranten bouwden liever elders een huis, dichtbij de stad. In Drave woont nog één gezin.

Het verlaten gehucht Gourim


We laten Drave achter ons en lopen door een prachtig open landschap verder langs de rivier. Het leisteengebergte lijkt hier als door een groen laken overspannen, zo glad oogt het. Maar in het laken zitten wel heel wat gaten: plekken waar ‘schatgravers’ de pikhouweel in de grond sloegen. Na een scherpe bocht naar rechts ligt de Engelse mijn van Regoufe voor ons in de diepte. Veel gebouwen staan nog overeind maar het verval slaat toe. De rode dakpannen die zo’n tien jaar geleden nog op de huizen lagen zijn verdwenen.

Regoufe - oude mijnwerkershuisjes


Ook de papieren, verspreid op de vloer van het kantoor, liggen er niet meer. De kaart die wij toen uit één van de hopen papier trokken was de loonstaat van een zekere Tavares. Hij werd niet alleen in geld, maar ook in natura uitbetaald: twee mandflessen wijn per maand.
 

 

 

 

 

 

 

Regoufe - oude mijningang




 


Coelheira - Gourim - Drave - Regoufe - Coelheira (24 km)    Top 

 

Op het kaartje hiernaast staat het beginpunt van de wandeling.

Klik op kaartje voor vergroting.

                                   

 

Hoogteverschil: 460 m

Begin-/eindpunt: Coelheira. Hier is een fraai gelegen camping.

Bereikbaarheid: Alleen per auto. De drie belangrijkste stadjes aan de voet van het gebergte (Arouca, São Pedro do Sul en Vale de Cambra) zijn per bus bereikbaar.

Winkel/café: Coelheira, Regoufe

Kaarten: Carta Militar de Portugal, M 888 (1:25.000), nr 155, 156, 165 en 166. Voor meer info over kaarten klik hier.

 

Verkorte route (13 km):

De route kan worden verkort door te beginnen op de bergrug boven Drave (punt A op de kaart). De totale afstand wordt dan 13 km en het hoogteverschil 370 m. Vanaf kapel in Coelheira dorp uit via asfaltweg. Hierna eerste asfaltweg LA (na zo’n 8 km in scherpe bocht naar rechts even voorbij blauw bord met ‘Frequesia Covas do Rio’). Asfaltweg wordt direct landweg. Na zo’n 300 m  splitsing (punt A op de kaart). Hier parkeren. Bij de splitsing links aanhouden. Na ong. 1 km komt van rechts landweg (punt B op de kaart).Volg vanaf dit punt onderstaande routebeschrijving..

 

Route

Met rug naar ingang camping (1) LA naar asfaltweg. Hier RA naar Coelheira. Dorp in en langs kapel verder over asfaltweg. Na ruim 1,5  km  passeert u windmolen (links van de weg). Ong. 700 meter hierna buigt weg sterk naar links en loopt een landweg RD omhoog. Zo’n 500 m hierna LA weg af en verder via paadje over bergrug steil omlaag, recht op dorp Gourim af dat u in het dal ziet liggen. Onduidelijk pad..Blijf steeds op bergrug. Beneden, vlak voor beek is pad steil en overgroeid. Rechts van watermolen (klein stenen gebouwtje) beek over en recht omhoog terras op. Klim van terras naar terras. Globaal links aanhouden. Bij dorp beek over en naar hoogst gelegen huis (rode dakpannen). Hier links aanhouden en over karrenpad links langs ander huis met rode dakpannen. Beek over en pad naar links vervolgen. Pad komt uit op terras. Loop hier overheen. Pad loopt met grote boog naar rechts en wordt landweg zigzag omhoog tot landweg op bergrug (punt B op de kaart). Hier LA en via landweg omlaag naar Drave (2). Dorp in en onder langs witte kapel. RD naar bruggetje, dit overteken en omhoog (vanaf hier is route gemarkeerd). Even later splitsing bij wit kruis. Hou kruis aan uw rechterhand. Even daarna splitsing. Hier links aanhouden. Zo’n honderd meter verder weer splitsing. Hier rechts aanhouden. Direct daarna weer splitsing. Hier links aanhouden. Na ong. 1 km splitsing op heuvelrug. Neem bredere pad naar rechts dat steil omhoog loopt. Pad wordt landweg (3). Na zo’n 1,5 km  kruising van landwegen. Hier RD en direct daarna RA en onder telefoondraden door omlaag naar Regoufe. Dorp in en steil omhoog. Voor bezoek mijn, boven in dorp RA asfaltweg. Na een paar honderd meter ligt links van de weg ingang mijn. Waarschuwing: op het mijncomplex ligt asbest. Zelfde weg terug.

Kijkpunten

1. Op de camping staat een voormalig boswachtershuis. Dat u ondanks de activiteiten van staatsbosbeheer toch in een kaal landschap loopt, is het gevolg van de vele bosbranden.

2. De laatste bewoner verliet dit dorp enkele jaren geleden na de dood van zijn vrouw. Hij woont nu bij zijn zoon in Regoufe. Het verhaal wil dat zijn enige koe nog dagelijks naar Drave gaat om er te grazen.

3. Op de hellingen lieten de gelukzoekers, uit de tijd van de jacht op het zwarte goud, hun sporen achter.

Top


Wandelen in Portugal © 1996-2011, Roel Klein & Bert Stok tenzij anders vermeld